afbeelding van Directeur Sophie

Het laatste hoofdstuk van dit avontuur en het deel waar ik het meeste naar uitkijk, is mijn bezoek aan l’école publique de Wansokou en l’école privé de Chambeny. Het is met de publieke school van Wansokou dat wij, GILKO Merelbeke, reeds een aantal jaren een scholenband onderhouden. Ik ben 3 dagen te gast op deze school. Nadien ga ik ook nog een dagje naar Chambeny, de school waarmee mijn collega’s van de Visitatieschool een partnerschap hebben.

Om in de deelgemeente Wansokou te geraken, moeten we eerst een dik half uur met de brommer rijden. De weg is niet geasfalteerd en de brommers zijn niet altijd van de beste kwaliteit. Samen goed voor het nodige gesputter. De natuur is echter adembenemend. Zo ver als het oog reikt, zie je enkel ‘brousse’ met hier en daar een aantal hutten. De baobabs die nu hun vruchten tonen, komen er volledig tot hun recht.

Aangekomen in de school wachten de leerlingen me reeds op. Ze maken een erehaag voor me en zingen en dansen voor me om me welkom te heten. Wat een ontvangst! Na een bezoek aan alle klassen, mag ik me installeren in CM1/CM2 (graadsklas 5e en 6e leerjaar). Het is hier bij meester Joseph dat ik de volgende dagen mag observeren, participeren en zelf lesgeven. De voormiddagen neemt hij voor zijn rekening. De school begint hier om 8 uur en stopt om 12 uur. De namiddagactiviteiten (15u – 17u) zijn telkens voor mijn lessen gereserveerd. Wat me onmiddellijk opvalt, is het lage niveau van de kinderen. De grootste groep begrijpt eigenlijk niets van de les. Sommige kinderen kunnen nauwelijks Frans of hebben nog moeilijkheden met lezen en schrijven. Het is tragisch om te zien dat deze kinderen al 4 of 5 jaar op de schoolbanken gezeten hebben en hun kennis nog steeds heel pover is. Ongetwijfeld heeft dit veel te maken met het onderwijssysteem dat hier in Bénin aanwezig is. De leerkrachten zijn zelf nauwelijks opgeleid, sommigen worden ook al jaren niet betaald door de staat en men volgt het handboek hier wel heel slaafs. Differentiatie qua niveau zie ik hier niet.  Ik voel dat onze wereld wel heel erg ver van die van hen ligt. Tijdens mijn lessen is het dus ook niet altijd evident voor alle leerlingen om te volgen. Zelf het begrijpen van een Beninees verhaal dat ik voorlees, is voor velen niet evident. Ik laat de kinderen in groep werken zodat ze van elkaar kunnen leren. Ik merk dat de leerlingen wel genieten van de aangeboden lessen, die voor hun heel concreet zijn. Ik laat ze bijvoorbeeld tuinkers zaaien die we op de laatste dag ‘oogsten’. Onze uitwisseling zal zich de komende maanden ook deels focussen op het hebben van een moestuin. Deze activiteit is alvast een mooi opstapje.

Mijn laatste dag breng ik een bezoek aan de privé-school van Chambeny. Het verschil is direct duidelijk. Hier hebben alle kinderen een uniform aan, zitten ze met minder kinderen in de klas (30 in plaats van 60). Omdat het koud is (20 graden), dragen ze winterjassen en goede schoenen (versus slippers of blootvoets in Wansokou). De leerkrachten geven hier op een minder autoritaire manier les waardoor de kinderen niet zo bang aan hun bankje zitten. Zelfs in het eerste leerjaar merk ik dat bijna alle kinderen al een minimum aan Frans kunnen en vertrouwd zijn met het lezen.

Wat me verder ook enorm opvalt is de grote samenhorigheid die hier heerst. Iedereen bekommert zich hier om de anderen. Als je iemand ontmoet, vraagt die steevast hoe het met je gaat en hoe je dag reeds gegaan is. Als iemand een probleem heeft, pakt men dat samen als een gemeenschap aan. De menselijkheid die hier heerst is ondanks de slechte levensomstandigheden een pak hoger dan bij ons. Het laat me even stilstaan bij onze manier van leven. Het toont me hoe wij in Europa vaak elk op ons eigen eilandje zitten. Ik leer met andere woorden veel van hen en ga binnenkort naar huis met heel veel rijkdom.

Ik zeg hier geen vaarwel, lieve vrienden van Toucountouna, eerder à la prochaine fois!